het kan nog altijd mooier....

Van de eerste digitale achterwanden van ruim 10 jaar geleden tot aan de nieuwste exemplaren eind 2013 is wel een en ander verandert. De eerste jaren waren ze alleen tethered (via een computer) te gebruiken en daarmee vrijwel alleen inzetbaar in een studio omgeving. De beeldkwaliteit van de 24x24mm CCD was voor die tijd ongekend, maar voor hedendaagse maatstaven op z’n zachtst gezegd matig.

Anno 2011 zijn er de nieuwste 60-80 megapixel achterwanden van Hasselblad, Leaf en PhaseOne (met een CCD van ruim 53x40mm). Niet alleen de kwaliteit is ongekend hoog, 8x10” vlakfilm wordt geenaard of overtroffen, ook de prijs is dat nog steeds. Een investering van tienduizenden euro’s is voor een vakfotograaf misschien nog te doen, voor de meeste fotografen niet. Aan de andere kant zien we toch ook hier een tendens naar “instap camera’s”. Het prijskaartje wat daar aan hangt is nog steeds niet misselijk, maar dat is die van een topmodel Canon of Nikon ook niet. Wat dat betreft gooit de 645D van Pentax hoge ogen, maar ook het instapmodel van Hasselblad (de HD431) levert een kwaliteit die op kleinbeeld niet of nooit haalbaar is. Daarnaast levert ook PhaseOne (en daarmee Leaf) instapmodellen die tot een aantal jaren geleden als “wereldklasse” werden bestempeld maar nu voor aanzienlijk minder geld over de toonbank gaan. 

Een bekende fabrikant van digitale achterwanden stelde onlangs dat de huidige top aan digitale kleinbeeldreflexen bij de basis ISO-waarde nog altijd (duidelijk) minder is dan die van een digitale achterwand van zo’n 5 á 6 jaar geleden als het gaat om detail en kleurweergave. Oorzaken hiervan zijn o.a. het ontbreken van een anti-aliasing filter. Zo’n filter voorkomt Moirpatronen maar haalt ook een stuk scherpte weg. Daarnaast speelt ook de sensor van de digitale achterwand, die een factor 1,7x tot 2,5x groter is, een hele belangrijke rol. Ook een artikel in "fine art printer" (juli 2013) onderstreept dit. Hierin werden een Phaseone P30" (31megapixel) en een Nikon D800E naast elkaar gezet. Ondanks dat er in de Nikon 6 jaar meer ontwikkeling zit zie je dit niet terug in de uiteindelijke beeldkwaliteit. Sterker nog: de Phasone geeft nog steeds een visueel mooier beeld. Misschien zegt dit meer over de PhaseOne dan over de Nikon. Een en ander geldt uiteraard alleen in combinatie met topkwaliteit glaswerk, en dat zit bij de grote merken meestal wel goed. 

Analoog was het niet anders. Hoe goed de kwaliteit van kleinbeeldfilm ook was, een middenformaat opname gaf altijd dat beetje extra. Dat is nog steeds geen antwoord op de vraag of we in het digitale tijdperk middenformaat ook ht nodig hebben. Voor heel veel toepassingen zal de kleinbeeld spiegelreflex meer dan voldoende kwaliteit geven, al is het alleen maar omdat ook hiervan de kwaliteit nog steeds toeneemt in resolutie en (kleur)weergave. Aan de andere kant, hoeveel “niet vakfotografen” waren er niet die bewust op middenformaat werkten? Met name voor die doelgroep zou de aanschaf van een occasion digitale achterwand wel eens heel aantrekkelijk kunnen zijn of worden. Temeer daar er in een digitale achterwand geen bewegende onderdelen zitten en – mits netjes gebruikt – er dan ook nauwelijks of geen slijtage optreedt. Waar ooit gedacht werd dat “digitaal middenformaat” zou sterven lijkt het juist een revival te beleven. Blijkbaar overleeft kwaliteit altijd!

Original.jpg

"The Final Journey, Isle of Mull, Scotland"
2009, ©Fotografie Hans den Boer

Boven: De origine foto, een panorama van drie 30 megapixel bestanden.
Onder: een 100% crop laat pas zien hoeveel detail in het originele bestand aanwezig is

Crop.jpg

2009, Fotografie Hans den Boer

U zit hier van korte afstand tegen een vergroting van ca. 2,3 x 3,6 meter aan te kijken